Niet te geloven

Een ding is zeker, als je bij het eind van dit artikel bent, ben ik waarschijnlijk gedaald op de ladder van geloofwaardigheid bij jou.

Ik kan het niet helpen, het is zoals het is.

We schrijven het jaar 1997, vakantie in de USA, met mijn vrouw en twee zoons onderweg in het westen van de Verenigde Staten. Een geweldige reis, 10.000 kilometer gereden van Seattle naar boven (Canada), naar beneden, naar rechts, weer naar beneden en na de nodige omzwervingen vanuit Phoenix weer naar huis. Een aaneenschakeling van hoogtepunten.
En natuurlijk kun je dan niet om de Grand Canyon heen, figuurlijk en bijna letterlijk.

We waren er al eens eerder, toen aan de zuidzijde, nu kwam het ons goed uit de noordkant te bezoeken. We verbleven enkele dagen in Page Arizona. Voor de kenners: bij Lake Powell, de Glen Canyon dam. Een machtig mooie omgeving. Vandaar uit zouden we naar de Grand Canyon rijden en weer terug, als een dagtrip. Dat je ver moet rijden weet je van tevoren. Tweehonderd kilometer heen, kijken, en weer tweehonderd terug. Belachelijk eigenlijk maar dat moet nu eenmaal, je moet er wat voor over hebben. Aangezien je de Grand Canyon bij zonsondergang wilt zien, vertrokken we pas om 16.00 uur uit Page. Een schitterende rit, veel bossen, rood gesteente en het werd steeds spectaculairder hoe dichter bij je kwam.

Ik vertel dit allemaal vrij uitgebreid om aan te geven dat je als toerist kosten noch moeite spaart om dit soort hoogtepunten te bezoeken. Een verre reis, heel veel kilometers en dan nog eens een ritje van 2 x 200 km om iets gedurende een uurtje of twee te bekijken. Toch redelijk idioot en niet erg goed voor mijn carbon footprint.

En die idiote toeristen moeten dan af en toe stoppen voor roadworks met een pilotcar en een idiote flagman. De man (of vrouw) zelf is niet idioot hoor maar waarom ze in zo’n modern land niet gewoon gebruik maken van modernere verkeersgeleidings apparatuur is mij nog altijd een raadsel. Maakt niet uit, wij hadden pech, hij hield ons tegen en we waren eerste in de rij. Aangezien het wachten op de tegenliggers naar verwachting lang zou gaan duren, stapten de meeste automobilisten uit, het was warm en we maakten een praatje met de flagman. Het was een indiaan, we begrepen al snel dat hij in de buurt woonde en waarschijnlijk had hij hiermee een tijdelijk baantje. Ik denk dat we het hier niet over een Amerikaans succes verhaal hebben, zo van “krantenjongen tot media magnaat”, integendeel. De man was waarschijnlijk blij enkele weken werk te hebben.

Ik vroeg hem hoe ver het nog was tot aan de Grand Canyon. Hij gaf aan dat het nog zo’n 30 mijl was, dus voor ons een peuleschilletje. En omdat je toch wat onbetekenends verder praat vroeg ik hem: “what’s it like, the north rim of the Grand Canyon?”. Aan wie je kun het beter vragen, toch?
Hij sprak de legendarische woorden die ik nooit zal vergeten:
“don’t know, never been there !!!”

Je kunt nu je mond van verbazing weer sluiten.

Één reactie op “Niet te geloven

  1. Hoi Jan,

    Ik geloof je, ik kan het nog sterker vertellen. Je weet ik ben een fan van Zakynthos (grieks eiland van 35 x 60 km) Mijn vriend die daar al 48 jaar woont is nog nooit op het uiterste puntje, wat maar liefst 30 km van zijn huis ligt, geweest. Terwijl dit ook één van de toeristische atracties op het eiland is.

    Gr. René

Geef een reactie