Een voorraadje geld?


Noem het materialistisch, dat mag. Maar ik weet zeker dat iedereen af en toe zo’n mijmer moment heeft.

Ik bedoel de onzinnige vraag die je elkaar wel eens stelt: “wat zou je doen als je eens een koffertje met geld vond”. Je kent dat soort momenten, naar aanleiding van een ludiek krantenberichtje of zo. Ben jíj dan de eerlijke vinder of speel je de smiecht die zijn geluk (of ongeluk) gaat kopen met een stiekem voorraadje geld. Ik kan er niet helemaal omheen dat dit meer twijfel dan zekerheid brengt. “Laat het eerst maar eens gebeuren, dan beslis ik het op dat moment wel”.

Dat is dan ook altijd zo ongeveer mijn standaard antwoord.

In een van de afgelopen dagen werd ik in een gesprekje met enkele collegae getriggered voor het onderstaande voorval. Ik wil het je niet onthouden en het lijkt een heel klein beetje op bovenstaande. Echt, ik heb zoiets dus eens (bijna) meegemaakt maar dan wel in een heel kleine vorm.

Het moet 1980 geweest zijn. Mijn tweede baan, het “groen” was bij mij nog niet helemaal weg maar er was al een sterke verkleuring merkbaar! In die tijd nog een volstrekt papieren wereld, immense archieven, rijen kasten, de geur van oude ordners, de sleutel ergens ophalen en dan de donkerte van een kelderruimte waar ik op een dag het origineel van een document moest gaan opsnorren. Iets van jaren terug, in een van die kasten, in een van die muffe ordners die als je ze openmaakt net wat te vol zit, uitgesleten gaatjes zodat de bovenste documenten er eigenlijk uitvallen. En dan ergens achterin zit jouw document. Het mijne ook. Mijn bloeddruk moet een enorm opdonder hebben gekregen want wie schetst mijn verbazing toen ik daar plotseling 5.000 gulden vond. Vijf van die prachtige groene bankbiljetten van duizend gulden. Wie kent ze nog? Omdat ze altijd iets te groot voor je knipbeursje waren,liet ik ze meestal thuis.

Ben ik even gaan zitten?
Heb ik in mijn armen geknepen?
Ik weet het echt niet meer, maar zeker is dat ik niet wist wat ik zag.
“Hoe in godsnaam komt dat geld daar terecht”?
En, ja daar komt ‘ie, “wie weet er eigenlijk van dit geld af? ”
Denk nog even aan de twijfel bij het vinden van het geldkoffertje!
Is dit jouw voorraadje geld?
Wat ga je doen?
Het bedrag was zeker niet groot genoeg om je pensioen te halen of Zuid Frankrijk tot je achtertuin te maken, maar toch.

Voor zover ik het me herinner was er weinig twijfel. Ik nam het geld en…….
ging er mee naar mijn baas. Ik vertelde hem het ongelooflijke en zijn gezichtsuitdrukking vertoonde evenveel verbazing als het mijne. Maar wel een ander soort verbazing.

Hoe in godsnaam had ik dit geld gevonden was zijn vraag. In al mijn onschuld, dan ging toen nog, vertelde ik hem hoe ik op die goudader was gestuit. Zijn uitleg verklaarde al snel de situatie die berustte op een ongelooflijk toeval.

Samen met een van de medewerkers die de kas beheerde, had hij afgesproken dat het teveel aan kasgeld maar een veilige plek moest krijgen om het uit handen van een eventuele inbreker te houden.
Het was dus geeneens zwart geld, het was een behoorlijk simpele manier om wat geld veilig op te bergen. In díe kast, díe ordner, tussen document 53287 en 53288. Het werkt bij mij nu op de lachspieren. Bij jou ook neem ik aan.

Een veilige plek dus.
Maar niet voor Jan.

Nee, voor de grote slag, voor de echte voorraad moet de buit groter zijn.

Of toch maar weer de eerlijke vinder zijn dan?
Ik hoop op een “wordt vervolgd”.

Geef een reactie