“Het duurt lang, edelachtbare”.

SpinhuiswalDeze week ben ik met verschillende aanleidingen op dezelfde herinnering uitgekomen. Tijd om er wat over te schrijven.

Het nieuws van Henk Krol verraste ons allemaal dezer dagen. Mr. 50+ is niet goed omgegaan met de ingehouden pensioenpremies van zijn voormalige werknemers. Het staat buiten kijf dat hij daar verantwoordelijk voor was, zo geeft hij dat zelf ook toe. Of hij daar dan ook bewust schuldig aan was, zou ik nog wel willen betwijfelen. Ik maak daarbij dan een onderscheid tussen bewust iets doen of nalaten (schuldig) of verzuimd hebben ergens op toe te zien of te controleren, het gebeurde onder zijn verantwoordelijkheid. Laten we de discussie niet aangaan. Het deed mij echter denken aan een voorval begin tachtiger jaren, waarover zo meteen meer. By the way: Henk Krol kreeg al niet mijn 50+ stem.

Surfend op het internet las ik, gisteren nog

Werkbriefjes voor WW verdwijnen.

Ontvangt u een (gedeeltelijke) WW-uitkering? Dan hoeft u vanaf januari 2009 geen werkbriefje meer op te sturen. Uw uitkering wordt dan automatisch op uw rekening gestort. Het werkbriefje en het mutatieformulier zullen hierdoor verdwijnen. Hiervoor in de plaats komen twee nieuwe formulieren: het Wijzigingsformulier WW en het Inkomstenformulier WW.

Zoals je ziet, oud nieuws, de werkbriefjes bestaan niet meer maar werden wekelijks ingediend door de ww-gerechtigde, eventuele inkomsten in die week moesten door de betreffende werkgever ondertekend worden. Vraag me niet hoe ik op dit bericht terechtkwam, I don’t know, het is ook niet bepaald mijn eerste interesse. Maar ook dit bracht mij in gedachten even terug bij de gemelde herinnering.

Den Bosch, 1983, een zitting voor de Meervoudige Rechtskamer aan de Spinhuiswal in Den Bosch. Het gebouw was toen nog  in gebruik als Paleis van Justitie maar heeft natuurlijk een veel langere historie. Spinhuis is immers een oud woord voor gevangenis. Als het inderdaad 1983 was, zal ik 26 jaar oud geweest zijn en het boezemde mij ontzag in dat ik opgeroepen was als getuige voor een zaak die daar diende.

De zaak liep tegen mijn toenmalige werkgever: fraude met werkbriefjes ww. Het bedrijf in kwestie was beschuldigd van het in de hand werken van fraude met inkomsten opgaven die met de werkbriefjes valselijk werden gedaan. Mijn stelling: er was sprake van verantwoordelijkheid, geen schuld. Mijn getuigenis zou moeten bijdragen aan die stelling, ik had er part nog deel aan gehad, het speelde zich af vóór mijn tijd, ik kon natuurlijk wel aangeven hoe het bedrijf in kwestie er nú mee omging.

Mijn directeur en ik namen plaats in een wachtkamer, wij zouden één voor één als getuige naar binnen geroepen worden. Eenmaal binnen, blijft de getuige na zijn getuigenis in de rechtszaal, zodat er geen beïnvloeding van andere getuigen kan zijn. Logisch. Ik weet het niet meer precies maar ik zal zeker erg gespannen geweest zijn. Mijn directeur was eerst aan de beurt, ik bleef alleen achter in de wachtkamer. Die van de tandarts is veel leuker, kun je nog even door de Privé bladeren. Het duurde lang, héél lang.

Dat vond de rechter-voorzitter blijkbaar ook want er werd een pauze ingelast. Mijn directeur, fervent roker, ging uit de rechtszaal al rokend (echt 1983 hè), liep naar mij toe:  “Het gaat de goeie kant op, Jan!”. Hij had het ook over bijzonderheden over de zitting, wíe had wát gezegd en zo. Én: “Het duurt wel verschrikkelijk lang!”.

Dit contact mocht natuurlijk niet plaatsvinden, maar als je het gewoon doet, wie houd je dan tegen?  Tóen in ieder geval niemand. Bovendien waren we ons geen van beiden bewust dat er geen contact mocht zijn. Achteraf is alles logisch, maar ja. Trouwens, de deur naar de rechtszaal stond open en was tegenover de wachtkamer.

Direct na de pauze werd ik naar binnen geroepen.
Een rechtszaal, ik herinner me veel hout, houten lambriseringen, een perstribune op houten banken, jawel, met pers, een volle zaal, een houten schavotje en een houten hekje voor Jan. De meervoudige rechtskamer houdt in 3 rechters met wat “discipelen” in gelijke klederdracht, je kent dat wel. Of dat indruk op mij maakte? Ik schrok me kapot, man!

Ik legde de eed af, zonder de hand op de bijbel want dat is alleen Amerikaanse tv. De rechter-voorzitter verifieerde of ik was wie hij dacht dat ik was en had zijn eerste vraag voor me. Of ik in contact was geweest met één van de aanwezigen in de rechtszaal sinds het begin van de zitting. Het zou zomaar een standaard vraag geweest kunnen zijn maar ik rook onmiddellijk onraad.

Shit!!! De griffier had het gezien en gemeld aan de rechter.

Hersenen, ook die van mij, maken ongelooflijk snelle verbindingen. Het waren geen milliseconden, dat duurt veel te lang. Het was in een Planck-tijdsbestek. Uitgedrukt in wetenschappelijke notatie ongeveer 5,39 * 10^-44 seconde.Oftewel een 0, gevolgd door 43 nullen en 539:

Ik dacht in 0,0000000000000000000000000000000000000000000539 seconde aan het contact van zojuist in de wachtkamer. Mijn antwoord was resoluut: “Jazeker, edelachtbare, ik heb contact gehad met meneer …(laat ik die naam maar voor me houden). “Oh ja”, zei de rechter,  “en wat hebt u besproken?”. “Wij hebben besproken,  edelachtbare, dat het allemaal erg lang duurt !”. “Ja, dat is zo”,  zei de rechter. De verdere behandeling van de zitting zal ik jullie besparen.

Het heeft me sinds die tijd altijd bezig gehouden wat er gebeurd zou zijn als ik nee gezegd had, of als ik aangeven had wat we nog meer besproken hadden. Visioenen van dat Spinhuis kwamen voorbij! Het zou erg vervelend geweest kunnen zijn, hoewel we door het gezegde in de wachtkamer ook bepaald geen beïnvloeding hebben bewerkstelligd. Het was onschuldig.

Overigens is het bedrijf in kwestie vrijgesproken. Blij dat ik er een steen aan heb bijgedragen (?). Wel verantwoordelijk, niet schuldig.

Nou ken ik mijzelf beter als een ander, ik loop niet over van ad rem zijn. Maar hier heb ik toch een “personal best” gerealiseerd.

Soms is de oplossing simpel en dichtbij!

Heb je een soortgelijke ervaring? Wil je hem met mij delen?

Geef een reactie