Onmogelijk om niet te communiceren

Arriveren na een lange reis, we zouden worden opgewacht. Een enorme drukte op de luchthaven en tussen allerlei naambordjes vonden we …..niet…… de onze. Maar uiteindelijk wel, chauffeur gevonden. Tót enkele ogenblikken later hij het niet bleek te zijn, er kwam er nóg een, óók met ons naambordje. Nummer 2 was de echte. Uit voorzorg had nummer 2 aan nummer 1 gevraagd aan de ene kant te gaan staan, 2 aan de andere, om zeker te zijn dat wij hem zouden vinden. Zorgzaam hoor.

Niet één woord Engels. Niet nodig als iemand je even naar een hotel brengt, toch? Hij sprak wat met zichzelf, raakte tot twee keer toe met zijn rechterspiegel een andere auto, het was druk weet je nog en hij leek wat opgewonden en ik zag in zijn houding een soort verontschuldiging voor die drukte. Toen we er na een uur bijna waren wees hij heel blij vooruit en liet de naam van het hotel zien op zijn telefoon. Nummer 2 was Anh, zo bleek later.

Wie kent Albert Mehrabian? Wie kent zijn communicatiemodel?
Als wij communiceren wordt het effect daarvan voor 55% bepaald door lichaamstaal, 38% door je stemgebruik, toon, intonatie en volume en 7% door de letterlijke inhoud van je boodschap. Aldus Albert. Verbazingwekkend dat hetgeen je aan woorden gebruikt slechts 7% van het effect van je uiting bepaalt.

De volgende dag reed Anh ons door de stad met een gids die wel Engels sprak, als je heel goed luisterde tenminste. Ons gesprek met Anh was er natuurlijk niet maar de vriendelijkheid straalde wel van hem af, gelukkig want het bleek dat Anh nog anderhalve week bij ons zou blijven, weliswaar met tussenpozen. Via de gids liet Anh weten dat over enkele dagen (wij hadden even een ander programma) híj ons van de nachttrein zou ophalen om 06.00 uur ’s morgens en vroeg nadrukkelijk of we bij aankomst vóór de wagon op het perron zouden blijven staan, dan kon hij ons zeker vinden. Het zou zó druk zijn. Zorgzaam hoor.

Onbekend was ik er niet mee. Natuurlijk, je lichaamstaal is zo belangrijk, maar de verhoudingsgetallen hebben me toch verbaasd. Zou het nou echt waar zijn dat jouw woorden de kleinste factor zijn in het effect van je communicatie? Wel gemakkelijk als je even de tekst kwijt bent of met je mond vol tanden staat. Alles gaat gewoon door.

Een beetje geslapen, de ietwat gammele trein reed al 20 minuten lang door voorsteden en uiteindelijk sukkelden we een zeer druk station binnen. Nét voordat we stilstonden zag mijn vrouw Anh al op het perron lopen. Met de trein meelopend, door raampjes kijkend, een wat moeilijke blik. Toen hij mijn vrouw zag zwaaien verscheen een brede ontspannen lach op zijn gezicht. Hij zwaaide ook, we hadden hem drie dagen niet gezien. Zijn tip om ons te vinden was terecht, had hij even goed geregeld zo. Zorgzaam hoor.

Hoe zit je aan tafel? Hoe is jouw mimiek? Hoe beweeg je en wat doen je handen? Jouw gezichtuitdrukking wordt gestuurd door 43 spieren die 3.500 gezichtsuitdrukkingen kunnen geven. Emoties, spreek je de waarheid, hoe je je voelt. En we hebben er ook prachtige uitdrukkingen voor: “Liefde op het eerste gezicht”.

Weer wat dagen later, wij verbleven twee nachten op een boot en bij terugkeer zou Anh op ons wachten, 250 km verwijderd van die stad. Na het aanmeren weer veel drukte, waar is Anh dan? Achter een soort hekwerk stond hij, de vingers van beide handen geklemd om het draadstaal, zie je het voor je? En met een gezichtsuitdrukking uit duizenden wees hij driftig gebarend en met een hoog stemmetje op iemand die nota bene naast ons stond. Onze volgende gids. Anh rende om onze koffers op te halen en de auto voor te rijden. Ik geloof dat we ook zo blij waren dat we hem weer zagen. Fantastisch, die zorgzame man.

Schel, schor, hoog, laag. Je stem is je gegeven. Maar het gebruik heb je zelf in de hand en onbewust zetten we die in om te benadrukken, door te fluisteren of door kracht bij te zetten, snel praten of langzaam om daarmee het gesprek te sturen. Prachtig hoe dat werkt.

De komende vier dagen was Anh nu bij ons, de eerste twee met gids en de laatste twee hij alleen met ons. Achteraf bezien denk ik dat hij zich zorgen maakte over die laatste twee dagen. Geen woord Engels hè. Dus we hebben niets tegen elkaar gezegd, maar je lacht over en wijst elkaar op de dingen die je onderweg samen ziet. Toen ik zijn telefoon zag met een foto wees ik daar op en hij liet me heel trots zijn vrouw en kinderen zien, hij vertelde er met veel gevoel over, dat verstond ik niet maar hoorde het wel. En toen hij moeite had het hotel te vinden probeerde ik hem te helpen met Google maps en zijn blijdschap toen hij het hotel in de verte zag was zó groot, dat hoorde ik aan zijn stemverheffing. We waren moe en hij was blij voor ons denk ik, hoe zorgzaam.

En wat als nou één van die drie elementen wegvalt. Het telefoongesprek sluit de lichaamstaal uit, ik ben geen beller en doe het liever niet, geef mij maar het face-to-face contact. De reden is duidelijk, met bellen kan ik niet alles inzetten om me uit te drukken, ik mis 55%. En wat nou als bij communicatie de woorden wegvallen? Er blijft nog genoeg over, er ontbreekt maar 7%? En met Anh hebben we dit zo duidelijk ervaren.

Ik herinner me het moment, een bezoekje aan een prachtige grot en terug op de parkeerplaats zwaaide hij, bijna kinderlijk, met twee handen in de lucht. Wat een warmte. En toen de laatste dag. De 7% woorden die er niet waren, veroorzaakten dat wij niet hadden begrepen dat Anh die dag weer alleen terug reisde naar zijn stad en wij de volgende dag een opvolger kregen. Dus het afscheid was min of meer plotseling. We hebben Anh omhelsd, een goede terugreis gewenst, tot ziens was niet aan de orde maar dat is misschien niet zo belangrijk. Wij herinneren ons een man die het zó goed wilde doen, vol zorg zat en met zijn gezichtsuitdrukkingen en stem ons toch helemaal liet zien wie hij was. Geen woorden, maar ik heb hem beter begrepen dan menig ander.

We waren in de, misschien unieke, omstandigheid dat we achteraf hebben teruggehoord hoe het voor hem was. We hebben dagen later namelijk de verantwoordelijke van de lokale reisorganisatie ontmoet, samen wat gegeten en zij vertelde over haar nota bene oudste werknemer, Anh. Die had aan haar laten weten dat hij het zo bijzonder vond en zich zo goed voelde met ons. Vooral met Madame!!

Tsja Anh, dat verbaast me niets, kerel.
Liefde op het eerste gezicht?
(En woorden wil je met haar sowieso niet hebben)

Groet

Jan

DEEL DIT ARTIKEL

Geef een reactie