Poerswievants in de zomer

Een beetje gezeur vooraf.
200 Renners, 21 koersdagen, minimaal 5 bidons per renner en zo worden er in drie weken tijd meer dan 20.000 bidons in de berm gefl…. (en de lege gelletjes? nog eens 20.000?) Een bar slecht voorbeeld voor jeugdsporters, breed uitgemeten op televisie. Maar ach, alles is relatief, in Azie en nog zoveel andere streken is het volstrekt normaal om al je plastic in de kleurrijke berm te kieperen. Dus maak je niet zo druk? Stelt niks voor!

Nu gaan we plezier maken.
Het wielerjargon is zo prachtig, ik ken geen enkele sport met zoveel idioot taalgebruik. En vorige week las ik een artikel in het FD dat mij versteld liet staan, maar daarover dadelijk meer. Lees maar door.

De bergkoning heeft geen moeite met de hors categorie, hij komt nooit geparkeerd te staan. De tv schakelt van de tête de la course van la grande boucle (zojuist begonnen aan de klim) naar de poerswievants die nog steeds op het vals plat rijden. En tsjonge jonge, wat leggen ze elkaar op het rooster, vind je niet? De een na de ander kraakt. De zwakkere broeders rijden in de bus naar boven, ze rijden alleen nog vierkante bochten. Met zijwind gaan ze in de vlakke etappe een waaier trekken, want ja, wind is een platte berg en harde wind voelt als een kuitenbijter, nietwaar en oh wee als ze elkaar op de kant zetten. Dan moet je stoempen anders word je er af gepierd. Van binnenblad naar buitenblad, zwaar verzet of op het koffiemolentje naar boven en let op dat je niet in een chasse patate zit. Dat heeft dan weer niks met de hongerklop te maken trouwens. Dan krijg je een wapper zeg, je moet wel haast zeker lossen, pap in de benen, de bezemwagen is een optie.

Ik hou niet zo van die massa-sprints, waarbij ze vooraf gaan linkeballen en op het wiel blijven zitten, zelfs elkaar een kwak geven of gewoon de deur dichtdoen. Nou ja!! Voor mij liever d´r op en d´r over, een gat laten vallen en er een snok aan geven.

Van kopmannen en knechten die het snot voor de ogen rijden, de meesterknecht en wat waterdragers, de wegkapitein. De sprinters, de klimmers, de strijkijzers, de harkers, het peleton.

Even over dat peleton.
Het FD van 14 juli deed me verbazen.
Als je zo gevaarlijk midden in dat peleton fietst hoef je maar 5 à 10% van je kracht te leveren. Verbazingwekkend hè, middenin of achteraan is het goed toeven, de prijs is het risico op je snufferd te gaan. Nog opzienbarender is het volgende: wetenschappers van de universiteiten Eindhoven en Leuven hebben onderzocht dat de koptrekkers in het peleton, vol in de wind dus, ook voordeel hebben van het peleton achter zich. De hele groep duwt namelijk lucht vooruit en opzij en zo krijgt de eerste rijder bijna letterlijk een duwtje in de rug, hij voelt maar 86% van de luchtweerstand die hij in zijn eentje zou hebben.

Ik denk meteen aan het bedrijfsleven, de manager, zijn team, maar allez het is zomer!
Parijs is nog ver.

Een zomergroet

Jan

DEEL DIT ARTIKEL

Geef een reactie