Een vies biertje in Malawi

Ik keerde zojuist terug van een bouwreis naar Malawi. Dit is een deel van mijn verslag.

Als je ’s morgens op de bouwplaats aankomt of als je een wandeling maakt langs de eenvoudige huisjes voel je af en toe een kinderhandje dat de jouwe vastpakt. Kinderen zonder speelgoed, kinderen op blote voetjes, kinderen met een gescheurd T-shirt. Moeders zitten voor hun huisje, soms koken ze een maispapje op een houtvuurtje. Aan het einde van de middag zitten ze er nog.

Het spel met de kinderen is magnifiek, ze hebben enorm plezier, genieten van de aandacht, ze lachen als we iets geks doen, nog harder als we hun woorden proberen uit te spreken. Hard werken maar ook af en toe een spelletje, deze week kan alles.

Joyce, een van de moeders waarvoor we bouwden, liet ons haar huidige huisje zien en het werd me echt te kwaad. Twee hele kleine ruimtes van 2 à 3 m2. In het slaapgedeelte lagen haar bezittingen, een mand met een hoopje kleding, hier sliep ze met haar 4 kinderen. Bedenk dat het in juli, augustus ‘s nachts maar tussen 5 en 10 graden is. Ze vertelde dat ze het dan koud hebben. En als het regent lekt het dak, slapen is dan onmogelijk, ze zitten onder het plastic.

Maandag zijn we gestart met alleen een simpele fundering, bij het vertrek op vrijdag staan er twee huizen, ze moeten weliswaar nog afgewerkt worden. Met hulp van de lokale Thousand, Happy en Wiseman gingen we aan het werk. Het verwondert me dat ik in staat ben gewoon muren te metselen, bakstenen van 7 kilo, cement, een trofffel. Draadje spannen en de volgende laag weer. De roep om matobé (cement) klinkt alom.

Donderdag samen met Lauran de binnenmuur gemetseld tot aan de nok, wat waren we trots. We helpen elkaar, iedereen sjouwt, brengt de stenen, we bouwen de steiger. En Joyce? Zij sjouwt ook mee, met haar baby op de rug, ontroerend om te zien.

Zie hier de muur die ik metselde. Ben er zo trots op.

Moet je eigenlijk met 20 man in een vliegtuig stappen om dit te doen? We praten er regelmatig over. Waarom geef je niet gewoon het geld en laat ze het zelf bouwen? Een terechte discussie.

Wat hier gebeurt is een vorm waarbij deze 20 mensen de fundraisers zijn, hun tijd en inzet geven en daar een ervaring voor terug krijgen. Zo simpel is het en als we niet gaan komt er geen huis. De formule van Habitat for Humanity. Alleen geld geven kan zeker, maar gaat het dan gebeuren? Meningen kunnen verschillen.

Met 30 graden sjouwen, metselen, een rijtje vormen en stenen doorgeven. De zon is weer heter dan gisteren, het zweet met liters tegelijk, het water is welkom, er uit zien als een beest. En als je dan uitgeput op je slaapplek terugkomt dan volgt er een vies biertje. Niks douchen, niks omkleden, zitten en met elkaar wat drinken. Hangen op een stoel, sommigen staren wezenloos voor zich uit, het put uit.

Ná de eerste bouw-dag was het volop zingen in de bus, je wilt niet weten wat voor guilty pleasures voorbijkomen. De tweede dag was aanmerkelijk rustiger.

Wat een team, in het begin waren het namen. Onvoorwaardelijke samenwerking, elkaar veel ruimte geven, indrukwekkend.
Waarom wrijft iedereen toch in zijn ogen?

Ik sprak eerder over de gereedschappen, we hebben ze eigenlijk niet. Als je weet dat we af en toe grond versjouwen in half doorgesneden, kapotte jerrycans, dat de schoppen allerbelabberst zijn. We passen ons aan, het is niet anders. Maar het is pas na 2 dagen dat ik me realiseerde dat er een basisvoorziening ontbreekt: er is géén elektriciteit in het gehucht. Denk je eens even in. Ook hier wordt het toch donker en de mensen hebben ook geen gaslampje of zo. Donker worden is ongeveer gelijk aan gaan slapen? Is dit een uitzondering? Nee, 10% van de bewoners van Malawi hebben de beschikking over elektriciteit en die valt dan ook regelmatig uit, zoals nu met de overstromingen in het zuiden. En als die over zijn is er weer te weinig water en dat betekent ook veel onderbrekingen in de elektriciteit voorzieningen (hydro elektriciteit), zo vertelde me de Malawi-baas van Habitat waar ik een praatje mee maakte.

De samenwerking die in de groep ontstaat is iets unieks. Mensen die elkaar niet kennen gaan samen aan de slag met één doel. In enkele dagen een zeer hecht team waar veel besproken wordt. Voor Habitat zijn de Nederlandse groepen steeds een uitzondering, aanpakkers, recht op het doel af, het werk zíen en af willen maken.

De mobiele telefoon is ook in de derde wereld erg doorgedrongen, maar hier toch niet. Je moet me echt geloven, hier is niets. De kinderen hebben geen speelgoed, niets hebben ze, we moeten onze lege waterflesjes opbergen want anders wordt er om gevochten. Een leeg flesje levert 10 kwacha op, ongeveer 1 cent. Enkele lege flesjes is het verschil tussen wel een handvol rijst of ….geen rijst. De mensen lachen, ze zwaaien, zijn verlegen en als je door het dorpje loopt zie je ze voor hun schamele huisjes zitten. En hoe leg je hun lach uit? De moeder van Chikondi, ze is 78 jaar oud, echt een uitzondering hier, vertelde dat ze 14 kinderen had maar dat er al 11 gestorven waren. Nee, achter haar lach schuilt toch geen geluk.

De kinderen zijn enthousiast als we komen. De aandacht deze week is een feest voor hen. Enkelen kunnen naar school, anderen niet en kinderen zorgen voor kinderen. Een kind van 6 loopt met broertje of zusje op de rug gebonden rond. Een aandoenlijk kindje van misschien anderhalf jaar, op de arm van Karin. Het had malaria. Veel hele kleine kinderen huilen als ze ons zien, die blanke huid zagen ze nog niet veel en eerlijk is eerlijk, die bleke huid is geen gezicht als je tussen hen zit.

De samenwerking met de lokale bouwvakkers is enorm fijn.
Wij denken het misschien soms wel eens beter te weten maar zij zijn de baas, wie zijn wij eigenlijk?En dit was het gehucht waar we bouwden.
Hallucinaties van de malariapillen of zie ik nou echt de vorm van Nederland?

Betekent dit iets?


Op vrijdagmiddag hadden we een emotionele afscheidsceremonie. Honderden dorpelingen waren aanwezig, zij zongen, wij zongen, zij dansten, wij dansten. Daarna een gezamenlijke lunch met de twee moeders en hun gezin. Man oh man, wat hebben die kinderen gegeten en genoten, twee volle borden. Maar er was ook een zeer confronterende realiteit. Nooit eerder kwam de ongelijkheid zo hard over voor mij. Want wij hadden een goede lunch met die kinderen, maar op 30 meter afstand stonden andere kinderen ………………… zonder lunch. Dat is hartverscheurend, zie de foto. Je zou willen dat……..…. waarom zouden we niet…….… als we nou eens ……

De zon is verzengend
Samen de steiger op.
Samen blaren krijgen.
Elkaar water geven.
Samen kapot zijn.
Samen lachen, plezier, maar ook slikken en een traan wegpinken
Samen bouwen.

Malawi, waar de eieren een bijna witte dooier hebben
Malawi, waar de omgeving, zo groen is, zo mooi, zo schoon
Malawi, waar aids all around is
Malawi, waar velen dood gaan aan malaria
Malawi, waar wij de wereld konden betekenen voor 2 jonge moeders
Malawi, waar de grenzen tussen mensen wegvielen
Malawi, waar ik mocht zijn
Ik maak een diepe buiging voor deze mensen.
Ik zit er vol van.
Weemoed, trots

Dat we op de terugreis door een zieke stewardess nog halverwege terugkeerden naar Cairo maakte dat we nog vermoeider terugkwamen op Schiphol. Het kostte ons 6 uur vertraging. Hulde aan Mariette, de huisarts die in ons team zat en moest beslissen, samen met de Duitse collega, dat het vliegtuig moest landen. Hopelijk is het goed met de Keniaanse stewardess afgelopen.

Groet
Jan

DEEL DIT ARTIKEL

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

2 gedachtes op “Een vies biertje in Malawi”

  1. Hoi Jan, een mooi verslag van een indrukwekkende reis en ervaring! Erg goed dat je het doet en dat je het op deze manier deelt; het begint met bewustwording en bewust blijven, dat neem ik graag mee uit je verhaal. Groeten Joris

Geef een reactie